Hypertrofische cardiomyopathie, ofwel HCM.
Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linkerkamer in dikte toegenomen(hypertrofie). Dit veroorzaakt een toenemende verstijving in de linkerkamer waardoor die zich niet efficiënt kan vullen. Bovendien wordt de ruimte in de linkerkamer steeds kleiner, met als gevolg dat minder bloed rond gepompt wordt en de ruimte in de linkerboezem vergroot. Hierdoor ontstaat o.a. een vergrootte kans op trombose. Door een drukstijging in de linker boezem neemt de druk in de longvaten toe, wat leidt tot vochtophoping in de longen en de borstkas. Tevens kan bij HCM een verdikking van de spieren waarmee de hartkleppen bevestigd zijn(papillairspieren) optreden en een abnormale beweging van de hartkleppen, ook wel SAM (Systolic Anterior Motion) genaamd, ontstaan.
Het is heel goed mogelijk dat een kat niet of nauwelijks symptomen vertoont. Het eerste symptoom kan een plotselinge dood zijn. Klassieke
voorbeelden hiervan bij mensen zijn jonge sporters die tijdens de uitoefening van hun sport plotseling neervallen.
De volgende klachten zijn mogelijk:
- slechte eetlust
- benauwdheid
- versnelde ademhaling
- verlamming van de achterpoten
- hartruis
DIAGNOSE
Aangezien de symptomen heel subtiel kunnen zijn, is de enige betrouwbare methode voor het opsporen van HCM het maken van een echocardiogram, of bij overlijden een autopsie. Katten die aan HCM gestorven zijn hebben meestal een relatief groot hart met een vergrote linker boezem. De diagnose HCM wordt daarbij vastgesteld als andere mogelijkheden die vergelijkbare symptomen kunnen veroorzaken (zoals verhoogde schildklierwerking) zijn uitgesloten
BEHANDELING
Er is geen genezing mogelijk, maar medicijnen kunnen HCM katten soms nog wel 6 jaar in leven houden! De behandeling varieert naar gelang de symptomen en kan bestaan uit het geven van vochtafdrijvers, middelen die de hartwerking verbeteren of die de kans op trombose verminderen en een hartondersteunend dieet. Stress moet zoveel mogelijk worden vermeden.
VERERVING
Men gaat er van uit dat HCM autosomaal dominant vererft. Autosomaal houdt in dat het niet uitmaakt of het van de moeder of de vader komt, dominant betekent dat al één ouder dit hoeft te vererven. Van HCM wordt gezegd dat het een variabele expressie heeft met een incomplete penetratie. Niet alle katten met HCM hebben dezelfde verschijnselen; ook is er een grote variatie in de wijze waarop HCM zich ontwikkelt. Er zijn ook katten die HCM vererven en zelf helemaal nog geen verschijnselen vertonen. De leeftijd waarop bij katten HCM wordt vastgesteld zegt niets over de leeftijd waarop dit mogelijk bij het nageslacht zou kunnen voorkomen.
TESTEN
Er is dan ook geen 100% garantie dat een kat die middels een echo is getest op HCM dit inderdaad niet heeft en vererft. Het is een momentopname, maar de enige testmogelijkheid zolang er nog geen DNA-test is. De huidige methode biedt in ieder geval wel de mogelijkheid om die katten die positief testen uit de fok te halen
'Polycystic Kidney Disease - een erfelijke nieraandoening'
(Bron: Neocat Info Magazine)
Het lichaam produceert dagelijks energie voor beweging, verwarming en groei, c.q. herstel. Bij het omzetten van zuurstof en voedsel in energie (stofwisseling) worden afvalstoffen geproduceerd die worden uitgescheiden via de longen, de lever en de nieren. Nieren filteren het bloed en scheiden de afvalstoffen uit in de urine. Naast deze filterfunctie spelen de nieren ook een belangrijke rol in de aanmaak van rode bloedcellen, het op peil houden van de bloeddruk, het op peil houden van de juiste hoeveelheden vitamine D, calcium en kalium in het bloed (belangrijk voor de botten, spieren en zenuwen), het bijhouden van de juiste zuurgraad van het bloed, enzovoort, enzovoort.
CHRONISCH NIERFALEN
Als de nieren langere tijd niet goed functioneren (we spreken dan van 'chronisch nierfalen', CNF) worden dieren ziek, sloom, ze eten minder en kunnen gaan braken. Ze worden vaak mager, gaan meer plassen en drinken en kunnen bloedarmoede krijgen. De diagnose nierfalen wordt gesteld na bloed- en urineonderzoek. Bij het bloedonderzoek wordt gekeken naar enkele afvalstoffen die worden uitgescheiden, namelijk ureum en kreatinine. Bij verhoogde waarden is er mogelijk sprake van CNF, maar ook acuut nierfalen, een lage bloeddruk (shock) en plasproblemen (denk aan de "plaskater") behoren tot de mogelijkheden. De ureumwaarde kan ook verhoogd zijn bij katten die onvoldoende eten en daarom hun eigen spieren afbreken. Om de diagnose CNF te stellen, moeten andere ziekten dus worden uitgesloten.
Veel oudere katten krijgen last van nierfalen. Als de katten worden aangeboden bij de dierenarts, is de ziekte meestal al in een ver stadium. De nieren zijn klein en stevig en bestaan voor een groot gedeelte uit littekenweefsel (zgn. schrompelnieren). De oorspronkelijke ziekte die de nieren heeft beschadigd, is bij deze dieren op dat moment vaak niet meer te achterhalen. Soms, en bij bepaalde rassen vaak, is de oorzaak van het nierfalen echter duidelijk aantoonbaar zoals bij de erfelijke ziekten amyloïdosis (Abessijn en aanverwante rassen) en polycystic kidney disease (PKD) (Perzische kat en aanverwante rassen).
THERAPIE
Voor geen enkele vorm van chronisch nierfalen, bestaat een therapie waarmee we de nieren weer kunnen genezen. We kunnen wel door middel van een aangepast dieet zorgen dat er minder afvalstoffen in het bloed komen. De dieren krijgen een dieet met een verlaagde hoeveelheid eiwit en fosfaten en kunnen daarop nog enige tijd in redelijke gezondheid leven. Soms heeft het zin deze dieren te behandelen met vitamine D en stoffen die voorkomen dat fosfaten uit het voer worden opgenomen. Deze behandelingen moeten alleen worden gegeven op voorschrift van een deskundige, omdat het soms ook kan leiden tot een verslechtering van de situatie. Uiteindelijk zullen de nieren steeds slechter gaan functioneren en worden de dieren zo ziek, dat meestal moet worden overgegaan tot euthanasie.
Mensen met een ernstig chronisch nierfalen worden meerdere malen per week gedialyseerd tot er uiteindelijk een niertransplantatie kan worden uitgevoerd.
Dialyse of transplantatie wordt in Nederland bij huisdieren niet uitgevoerd. De behandelingen zijn belastend voor het dier, ze zijn duur en transplantatie is alleen mogelijk als de organen direct na het overlijden van de donor worden weggenomen of er een levende donor wordt gebruikt. In Amerika zijn een aantal dieren getransplanteerd, waarbij gezonde katten werden gebruikt als orgaandonor. Wij zijn van mening dat deze behandeling ethisch niet te verantwoorden is.
POLYCYSTIC KIDNEY DISEASE
'Polycystic kidney disease' betekent letterlijk 'nieraandoening met veel vochtblaasjes' en wordt met name gezien bij de Perzische kat. De cysten ontstaan uit urine-afvoerbuisjes in de nieren. Waarom delen van afvoerbuisjes opzwellen, is nog niet bekend. Wel weten we dat PKD een erfelijke ziekte is, die net zo vaak bij katers als bij poezen wordt aangetroffen. Al bij heel jonge dieren zijn de cysten aanwezig. Omdat de cysten dan nog heel klein zijn, werken de nieren bij deze jonge dieren nog normaal.
Wanneer de cysten in de loop van het leven groter worden (denk hierbij aan het heel erg langzaam opblazen van een ballon) en het normale nierweefsel in de verdrukking komt, kunnen de dieren ziek worden. Als er sprake is van een beperkt aantal cysten of als slechts één nier is aangetast, zal het betreffende dier niet ziek worden. De kittens van deze dieren kunnen echter wel ziek worden. Katten hoeven dus zelf niet ziek te zijn of te worden om de ziekte door te kunnen geven aan het nageslacht.
Met bloedonderzoek kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende vormen van nierfalen. Bij het lichamelijk onderzoek zou de dierenarts kunnen vaststellen dat de nieren onregelmatig (bobbelig) vergroot zijn, maar omdat de nieren door verschillende oorzaken groter kunnen worden (ontstekingen, tumoren, afsluiting van de urineafvoerbuis, amyloïdose) is echografisch onderzoek nodig om de diagnose PKD te kunnen stellen.
DOMINANT OF RECESSIEF?
Afstammingsgegevens van meer dan 60 bij de Afdeling Diagnostische Beeldvorming van de Faculteit der Diergeneeskunde op PKD gecontroleerde Perzische katten, bevestigen het dominante karakter van de vererving: wanneer van positieve dieren de ouders onderzocht konden worden, bleek altijd tenminste één van de ouders positief te zijn en uit twee positieve dieren, werden behalve positieve ook negatieve nakomelingen geboren.
Dat laatste kan alleen wanneer beide ouders heterozygoot zijn. Homozygote lijders (dieren waarbij beide genen van het genenpaar afwijkend zijn) lijken niet voor te komen. Hoogstwaarschijnlijk zijn katten die homozygoot zijn voor PKD niet levensvatbaar, worden dood geboren of sterven in een zo vroeg stadium van de ontwikkeling dat ze helemaal niet geboren worden.
Het is niet uitgesloten dat er naast de dominante vorm van niercystes ook een recessieve vorm zou kunnen bestaan, zoals bijvoorbeeld bij de mens bekend is, maar serieuze aanwijzingen daarvoor zijn bij de kat nog niet gevonden.
Nieuwe mutaties kunnen natuurlijk altijd optreden, maar de kans hierop is bijzonder klein. Professor van Oost, moleculair geneticus van de Faculteit der Diergeneeskunde, zegt hierover: "De kans op een nieuwe mutatie is ongeveer net zo groot als de kans dat morgen een grote meteoriet op de aarde inslaat. De kans is er altijd, maar die is zo klein dat we er geen rekening mee houden."
ECHOGRAFIE
Over de echografie bij katten voor controle op PKD bestaat nog steeds de nodige onduidelijkheid:
- Wie mag dat onderzoek doen?
- Hoe oud moet de kat zijn?
- Hoe betrouwbaar of onbetrouwbaar zijn de uitslagen van het onderzoek?
WIE MAG DAT ONDERZOEK DOEN?
Elke dierenarts in Nederland mag echografisch onderzoek doen en dus ook katten controleren op niercystes. Er zullen dierenartsen zijn die dat heel goed kunnen, er zullen dierenartsen zijn die er absoluut niks van terecht brengen, en er zullen dierenartsen zijn die zich ergens tussen deze twee uitersten bevinden. Naast vrij veel apparatuur die niet voldoende gevoelig is om kleine cystes goed te kunnen zien, zal er in de praktijk ongetwijfeld ook echoapparatuur in gebruik zijn van voldoende kwaliteit.
Het probleem is echter dat we niet weten welke dierenarts goede apparatuur heeft en welke niet, en welke dierenarts voldoende ervaring heeft met echografie om dit onderzoek goed te kunnen uitvoeren en welke niet.
Maar er zijn dierenartsen waarvan we zeker weten dat ze meer dan voldoende ervaring hebben om dit onderzoek te kunnen uitvoeren èn over voldoende hoogwaardige apparatuur beschikken, namelijk de specialisten in de veterinaire radiologie. Net als in de humane geneeskunde bestaat er in de diergeneeskunde specialisatie, waarbij mensen, die zich na hun afstuderen gedurende meerdere jaren volgens een vastgesteld opleidingsprogramma in een bepaald vakgebied extra bekwaamd hebben, door de beroepsorganisatie in een zogenaamd 'specialistenregister' worden ingeschreven. Zo zijn er in de diergeneeskunde specialisten die zich uitsluitend of bijna uitsluitend bezig houden met het specialisme radiologie, of zoals we dat tegenwoordig graag noemen, de 'diagnostische beeldvorming'.
Deze specialisten zijn ingeschreven in een register dat wordt bijgehouden door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde.
Op verzoek van het Overleg Platform is een lijst opgesteld van de in Nederland werkzame dierenarts-specialisten in de veterinaire radiologie waar mensen hun katten kunnen laten controleren. Echografie is moeilijker dan het lijkt en het is voor een praktiserend dierenarts beslist geen sinecure zich deze techniek eigen te maken. Desondanks zullen er dierenartsen zijn die dit onderzoek betrouwbaar kunnen uitvoeren. Neocat accepteert uitsluitend verklaringen van specialisten in de veterinaire radiologie.
HOE OUD MOET DE KAT ZIJN?
Wat betreft de leeftijd waarop het onderzoek kan worden gedaan ontstaat steeds meer onduidelijkheid, met name door wisselende berichten die via het internet tot ons komen. Mededelingen variëren van het al zichtbaar zijn van cystes bij kittens van 7 tot 8 weken, tot het eerst zichtbaar worden van cystes op een leeftijd van meer dan 4 jaar.
Bij de Afdeling Diagnostische Beeldvorming van de Faculteit der Diergeneeskunde houden we een leeftijd aan van zes maanden voordat een kat een negatief-verklaring kan krijgen. Die leeftijd komt uit het artikel 'Inheritance of polycystic kidney disease in Persian cats' dat Dr. David Biller samen met anderen heeft gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift 'Journal of Heredity' (1996, jaargang 87, pagina 1 tot 5). In de samenvatting van dit artikel melden de auteurs: 'Absence of cysts on ultrasound examination at 6 months of age was correlated with absence of polycystic kidney disease at necropsy'. Dus geen cystes op een leeftijd van 6 maanden bij echografie betekent ook geen cystes bij microscopisch onderzoek.
Van de 115 bij dit onderzoek betrokken katten waren er uiteindelijk 2 waarbij met behulp van echografie op een leeftijd van ongeveer een half jaar geen cystes werden gezien, die later toch cystes bleken te hebben: 1 kat was op 27 weken echografisch negatief en bij sectie op 44 weken leeftijd positief, en 1 was op 22 weken leeftijd echografisch negatief en op 35 weken echografisch positief.
Een leeftijd van zes maanden lijkt dus zeer acceptabel, maar wanneer fokkers aarzelen, kunnen ze natuurlijk altijd wat langer wachten voordat ze hun dieren laten onderzoeken. Wanneer het om een nest kittens gaat waarvan de fokker iets wil aanhouden, kan het de moeite waard zijn de kittens al op 8 of 9 weken te laten onderzoeken, want zelfs op die leeftijd worden bij veel positieve dieren al cystes gezien. De op dat moment negatieve dieren moeten dan echter op een leeftijd van tenminste 6 maanden opnieuw worden onderzocht.
HOE BETROUWBAAR OF ONBETROUWBAAR ZIJN DE UITSLAGEN VAN HET ONDERZOEK?
Onvermijdelijk zullen er zogenaamde vals positieve (er worden cystes gezien, maar de kat heeft geen PKD) en vals negatieve (er worden geen cystes gezien, maar de kat heeft toch PKD) en vals negatieve (er worden geen cystes gezien, maar de kat heeft toch PKD) uitslagen blijven.
Vals positief:
- Er worden cystes gezien die er niet zijn. De kans hierop is bijzonder klein en dit kan eigenlijk alleen gebeuren wanneer de onderzoeker zeer onervaren is en de, op het beeldscherm van het echografieapparaat, zeer donkere mergpapillen van de nieren voor cystes aanziet.
- Er zijn cystes, maar deze zijn niet het gevolg van PKD. Er zijn nieraandoeningen bekend waarbij cystes kunnen ontstaan. Dergelijke cystes zijn echografisch niet te onderscheiden van de cystes die bij PKD ontstaan en dus wordt zo'n kat positief verklaard, ten onrechte. Maar het is niet raadzaam te fokken met een dier dat afwijkingen heeft, dus dat een dier met een dieraandoening wordt uitgesloten van de fokkerij, ook al is het dan geen PKD, is niet zo'n probleem.
Vals negatief:
- Er zijn cystes, maar deze zijn aan de aandacht van de onderzoeker ontsnapt. De kans hierop is groter naarmate de onderzoeker minder ervaren is en/of de gebruikte apparatuur niet de gewenste gevoeligheid heeft. Maar zelfs de meest ervaren onderzoeker met de beste apparatuur kan een keer iets missen.
- Er zijn cystes, maar deze zijn zo klein dat ze echografisch niet te zien zijn.
Hoewel, ook gezien de bevindingen van dr. Biller, aangenomen mag worden dat echografie een zeer betrouwbare techniek is voor het vaststellen van PKD, zal het risico van vals negatieve uitslagen altijd blijven bestaan.
TESTEN OP PKD: ZIN OF ONZIN?
Met behulp van echografie kunnen de meeste katten met PKD worden opgespoord. Wanneer deze katten van de fokkerij worden uitgesloten, kan het voorkomen van PKD heel snel van bijna 50% van de populatie worden teruggebracht naar een paar procent. Daarmee is het echter nog niet volledig 'uitgeroeid' en daarom is het zo belangrijk dat er een DNA-test komt.
Door de bereidwillige medewerking van een groot aantal fokkers, hebben we de afgelopen periode bloed kunnen verzamelen van aan elkaar verwante en echografisch op PKD gecontroleerde katten. Uit dit bloed is DNA geïsoleerd, waardoor er nu materiaal beschikbaar is om in elk geval te proberen een DNA-test te ontwikkelen. Nog betrouwbaarder dan echografie en op veel jongere leeftijd uit te voeren, bij wijze van spreken nog voordat de oogjes van de kittens open zijn. Met zo'n DNA-test zal het mogelijk zijn de tot dan toe met echografie gemiste gevallen op te sporen.
De vererving van PKD is heel eenvoudig. Wanneer twee dieren negatief verklaard zijn en uit een paring tussen deze dieren komt toch een kitten met PKD, dan is er een probleem. Of er is iets gemist in het onderzoek van de ouders, of één van de ouders is positief maar heeft zulke kleine niercystes dat ze met de huidige apparatuur niet te zien zijn, of ... de opgegeven vader is niet de werkelijke vader van het kitten. Een plotseling opgedoken recessieve vorm van PKD of een nieuwe mutatie zijn de minst waarschijnlijke oorzaken voor een dergelijke bevinding.
WAT IS FIV VOOR EEN ZIEKTE
FIV wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan het HIV virus bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. Het is geen zoonose!!
Hoe kan een kat besmet raken met het FIV-virus?
Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven in een groep waar de rangorde bepaald is zullen elkaar niet snel besmetten doordat ze niet veel vechten met elkaar.
Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan het ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens
Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten.
WAT ZIJN DE SYMPTOMEN VAN FIV?
Het ziekteverloop is vergelijkbaar met HIV. Het virus tast het immuunsysteem (immunosuppressie) van de kat aan waardoor deze gevoelig wordt voor allerlei infecties.
• Na infectie met het FIV virus zijn er een aantal stadia:
• 1. Acute stadium. Dit stadium kan zonder ziekteverschijnselen optreden. Soms wordt alleen wat koorts waargenomen.
• 2. Asymptomatische fase. In deze fase vertoont de kat geen ziekteverschijnselen. Deze periode kan een aantal jaren duren, soms zelfs langer dan 5 jaar. De kat kan wel andere katten besmetten.
• 3. Fase met vage, algemene symptomen zoals terugkerende koorts, oogontstekingen (uveitis) verminderde eetlust en vermageren.
• 4. AIDS gerelateerd stadium. Dit is het stadium waarin het de eigenaar opvalt dat de kat niet in orde is. Veel voorkomende ziekteverschijnselen zijn: tandvleesontstekingen, oogontstekingen, vermageren, lymfeknoopzwelling, benauwdheid, diarree. Deze symptomen worden over een periode van enkele maanden steeds erger.
• 5. AIDS. Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium bereiken vergelijkbaar met AIDS bij de mens. De kat vermagert, krijgt chronische ziekteproblemen en allerlei secundaire infecties die hij niet kan overwinnen bijvoorbeeld longonsteking. Neurologische verschijnselen (zenuwafwijkingen) worden nogal eens waargenomen bij katten met AIDS.
HOE IS FIV TE DIAGNOSTEREN?
FIV is, evenals FeLV, te diagostiseren met behulp van bloedonderzoek. Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie. Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is.
IS FIV TE BEHANDELEN?
Kattenaids is helaas niet te genezen. De therapie bestaat uit het onderdrukken van de secundaire infecties met antibiotica. Specifieke antivirale therapie met Interferon van virbac is mogelijk maar is niet 100% werkzaam. Het is daarbij een dure behandeling en wordt daarom in de praktijk nog niet veel toegepast.
Er is momenteel in Nederland nog geen vaccin beschikbaar tegen FIV.
Het is erg belangrijk dat katten waarbij FIV is gediagnosticeerd geen andere katten kunnen besmetten. Dit betekent dat ze alleen gehuisvest moeten worden en dat ze ook niet meer naar buiten mogen. Dit ter bescherming van andere katten!
HOE IS FIV TE VOORKOMEN?
Het risico op infecties met FIV is het kleinst bij katten die binnen worden gehouden. Katten die in een groep leven, goed met elkaar overweg kunnen en dus niet veel vechten lopen de minste kans.
Katten die in grotere groepen worden gehouden, bijvoorbeeld in catteries of in dierenasiels/pensions dienen regelmatig gecontroleerd te worden. Positieve dieren dienen geïsoleerd te worden van de negatieve katten.
Wordt een nieuwe kat geïntroduceerd in een bestaande groep dan is het verstandig deze kat eerst te testen alvorens hij in de groep mag. De kat zal dan eerst 4 weken in quarantaine (apart gehouden van de rest) moeten en daarna kan bloedonderzoek plaatsvinden.
En zeker als u uw kat laat dekken is het van zeer groot belang dat u de negatieve test van de andere kat onder ogen krijgt, let hierbij ook op dat de test niet ouder dan 1/2 a 1 jaar is.
WAT IS DE TOEKOMST VOOR EEN KAT MET FIV?
Door de lange periode (gemiddeld 5 jaar) die zit tussen besmetting met het virus en het ontwikkelen van ziekteverschijnselen hebben katten met FIV een betere prognose dan katten met FeLV. Zij kunnen meestal nog een aantal jaren een goed leven hebben alvorens zij te ziek worden. Helaas zal ook een kat met aids uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.
WAT IS FELV VOOR EEN ZIEKTE?
FeLV is een virusziekte met een dodelijke afloop. Het virus kan leukemie (tumoren van de witte bloedcellen) veroorzaken, maar dit is niet de ziekte die het meeste optreedt na infectie. Het virus tast namelijk het immuunsysteem van de kat aan (immunosuppressie) waardoor ze gevoeliger zijn voor infecties.Het ziektebeeld van FeLV wordt daardoor vooral veroorzaakt door secundaire infecties.
HOE KAN EEN KAT BESMET RAKEN MET HET VIRUS?
Na infectie vermeerdert het virus zich in de tonsillen in de keel en verspreidt zich naar het beenmerg, lymfevaten en lymfeknopen. Het virus komt in het bloed en vanaf dan is het aan te tonen door middel van een bloedtest. Als de speekselklier wordt geïnfecteerd dan zal de kat virus gaan uitscheiden en vanaf nu is de kat besmettelijk voor andere katten!.
Vooral speeksel bevat dus hoge concentraties virus en dit is ook de voornaamste manier van overdracht van de ene kat op de andere. FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact met andere katten overgedragen. Denk bijvoorbeeld aan uit elkaars bakje eten of elkaar wassen, want via speeksel, bloed, urine en ontlasting kan het virus overgebracht worden. Een drachtige poes kan het virus via de placenta overbrengen op haar kittens (en later via de moedermelk). Dit kan leiden tot abortus of geboorteafwijkingen maar er kunnen ook gezonde kittens geboren worden die virusdrager blijven.
FeLV wordt voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen, maar ook door een bijtwond met vechten. Bij FIV daarentegen geschied de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact.
Katten die in een groep samenleven en onderling niet vechten hebben dus ook kans op besmetting als er een kat met FeLV in de groep zit.
Niet alle katten die besmet raken met het virus worden ziek.
Gezonde, sterke katten met een goed immuunsysteem kunnen het virus bestrijden en overwinnen. Deze katten scheiden geen virus uit en worden er niet ziek van.
Katten die het virus niet kunnen bestrijden worden ziek.
Katten die het virus niet kunnen bestrijden , bijvoorbeeld door een vermindere weerstand, zullen het virus gaan uitscheiden. Zij zijn zelf nog niet ziek maar al wel besmettelijk voor andere katten. Ze worden daarom ook wel "dragers" genoemd. In de loop van enkele maanden tot jaren (3 jaar) zullen zij ziekteverschijnselen gaan vertonen.
• Er bestaat een leeftijdsresistentie.
• Bij jonge kittens zal 70-100% ziek worden.
• Bij kittens van 8-12 weken oud wordt 30-50% ziek.
• Bij volwassen katten wordt 10-20% ziek.
WAT ZIJN DE SYMPTOMEN VAN EEN KAT MET FELV?
Het meest belangrijke zijn secundaire gevolgen van de infectie door een verminderde afweer, waaronder FIP, toxoplasmose, bacteriële ontstekingen, tandvleesontstekingen, abcessen, huidontstekingen en oogonstekingen (uveitis).
FELV ZIEKTEVERSCHIJNSELEN
• Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, buikvlies of milt kunnen ontstaan.
• Bloedarmoede doordat het beenmerg niet goed meer functioneert.
• Vermageren
• Benauwdheid
• Koorts
• Sloomheid
• Zwelling van lymfeknopen
• Oogontstekingen zoals uveitis
• Slecht eten
• Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid.
• Verlammingsverschijnselen
Het is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt.
HOE IS FELV TE DIAGNOSTEREN?
FeLV diagnostiek wordt uitgevoerd in het kader van preventie bij katten waar mee gefokt wordt (het opsporen van katten die wel virus uitscheiden maar zelf nog niet ziek zijn) en als katten ziekteverschijnselen hebben die FeLV doen vermoeden. DIt gebeurd door middel van bloedafname.
IS FELV TE BEHANDELEN?
Helaas is FeLV niet te genezen. De secundaire bacteriële ontstekingen dienen met antibiotica bestreden te worden. Experimenteel wordt gebruik gemaakt van Interferon van Virbac. Dit is een dure behandeling maar het lijkt succes te hebben. Het is echter nog onduidelijk is of dit ook DE therapie zal worden voor katten met FeLV.
Katten die daadwerkelijk ziek zijn zullen helaas overlijden. (50% is overleden binnen 1 jaar, 90% binnen 3 jaar) Hoelang de kat nog kan leven met zijn ziekte is afhankelijk van de symptomen en zijn weerstand. De kat dient in ieder geval apart gehouden te worden van andere katten in verband met het besmetten van andere katten. Dit betekent dat de kat ook niet naar buiten mag, omdat hij dan andere katten kan besmetten.
Hoe is FeLV te voorkomen?
De enige manier om FeLV te voorkomen is om de kat binnen te houden en niet in contact te laten komen met andere katten.
Als u een FeLV vrije cattery heeft neem dan alleen nieuwe katten in huis die uit een veilige omgeving komen waar regelmatig getest wordt op FeLV.
Er is een vaccinatie beschikbaar tegen FeLV maar deze is zeker niet 100% betrouwbaar. Ook een gevaccineerde kat kan de ziekte nog krijgen.
Alleen in risicogebieden, of als het bekend is dat er buiten een met FeLV besmette kat rondloopt, adviseren we u om uw kat te laten vaccineren tegen FeLV.
Het bestrijden van FeLV berust vooral op het opsporen van dragers die ongemerkt andere katten besmetten. Dit dient vooral in grotere groepen katten regelmatig gedaan te worden, bijvoorbeeld bij cattery's, multicat households of een dierenasiel. Zeker voordat een poes ter dekking aangeboden wordt moet er een bewijs zijn dat allebei de katten de ziekte niet bij zich dragen. Vraag hier ook naar als u kat gaat dekken of laat dekken!